De stilte van de koude maannacht is als een zilveren sluier, die zich verspreidt over de uitgestrekte maanvlaktes. Het bleke maanlicht stroomt over de gladde rotsen en kleurt het harde oppervlak zilverwit, als in een droom. Maar slechts één krachtige schaduw breekt de grens van de stilte. Dat is een jonge man in een oude stijl van hemelse kleding, genaamd Lan Yao. Hij staat rechtop, met een vastberadenheid in zijn ogen die anders is dan die van gewone mensen.
In de verte achter hem staat een antiquiteitachtige paleis op de maanlagen, met grijze daken en rode balken, die onder het koude maanlicht mysterieus lijken. Het paleis is omgeven door een etherische aura, met schitteringen die de drijvende wolken weerspiegelen. De hemelse energie verspreidt zich langzaam vanuit de poort van het paleis, als een zwijgende kracht die alle geluiden opslokt, wachtend op iemand om de geheimen uit te dagen. Volgens de legende is in de diepten van dit maankasteel het meest krachtige oosterse monster sinds de oudheid gevangen, dat sterk en sluw is, in staat om zielen te verslinden en de hemel en aarde te veranderen. Lan Yao's missie is om dit oude mysterie uit te dagen, te beschermen en te onthullen.
Het maanlicht valt op het zwaard in Lan Yao's hand, genaamd "Hanfrost", wiens blad een heldere blauwe gloed weerkaatst, als een koude ster in de nacht. Hij haalt diep adem en kijkt voorzichtig naar de lucht, waar de sterren fonkelen, maar Lan Yao's ogen zijn helderder dan de sterren. Hij weet dat zijn tegenstander al ergens wacht, net zoals de nacht wacht op de opkomst van de maan.
In de verte klinkt een diepe brullende schreeuw, die de doodse stilte doorbreekt. Maandchips worden door de luchtdruk opgetild, draaiend over de vlaktes. Lan Yao sluit zijn grip om "Hanfrost" strakker, zonder een krimp van zijn lange vingers. Luisterend, komt de brul van achter een oude wilg naast het paleis, waar de wilg sinds duizenden jaren niet is gestorven, zijn kromme stam als die van een oude man, zijn takken en bladeren wiegend als golven met zilverachtige schitteringen.
Op dat moment doordringt een verre en ijzige moordende intentie Lan Yao's omgeving. Zijn wenkbrauw vertrekt zich lichtjes, en een subtiele glimlach verschijnt op zijn lippen. Hij heeft nooit de duisternis gevreesd, want in zijn hart is er een onsterfelijke volle maan.
In de volgende seconde schiet een figuur uit de schaduw van de wilg. Het is een enorm monster, genaamd "Yuanju", dat een bizarre en enorme lichaamsstructuur heeft, als een sieraad, volledig bedekt met mystieke, donkerblauwe schubben die onder het maanlicht schitteren. Zijn ogen glanzen gretig met gouden licht en hij blaast af en toe grijze demonische energie uit, waardoor de lucht ijzig aanvoelt.
"Menselijke jongen, wil je echt tegen me vechten?" zegt Yuanju, sprekend met een geluid als het slaan van metaal, luid en geducht.
Lan Yao antwoordt niet; hij heft gewoon zachtjes zijn zwaard, met de punt gericht naar het monster, zijn beweging is natuurlijk en soepel, doordrongen van de sereniteit van de oude zwaardweg. De azuurblauwe sjerp om zijn taille danst met zijn bewegingen, als lichtgrijze wolken die hem tekenen als een schilderij dat beweging en stilte harmonisch vermengt.
Twee partijen staan tegenover elkaar, de sfeer teelt abrupt gespannen. Yuanju zwaait met zijn enorme staart, zijn schubben wrijven tegen elkaar en produceren een gedempt geluid. Lan Yao is geconcentreerd, met zijn adem ingehouden; er klinken alleen zijn eigen stabiele en vastberaden hartslagen in zijn oren.
"Hanfrost, ga met me mee." Fluistert Lan Yao, zijn stem is niet luid, maar vol onbreekbare vastberadenheid. Het zwaard begint lichtjes te trillen, de blauwe gloed wordt sterker, en een dunne laag zwaardenergie bindt hem nauw met het maanlicht.
Een schitterende blauw-witte gloed snijdt plotseling door de maanvlakte, de zwaardintentie dwingt naar het monster toe. Yuanju brult luid, de demonische energie kolkt, verandert in enorme klauwen die de aanval van Lan Yao tegenhouden, als golven in de nacht. Maar Lan Yao verandert van positie, zijn bewegingen zijn levendig, als water, elke stap lijkt als het lopen op zachte wolken, schijnbaar langzaam maar gracieus ontwijkend.
Terwijl hij ontwijkt, concentreert hij de zwaardintentie in zijn vingers. Hij tikt lichtjes en oude runen verschijnen op de "Hanfrost", met een koele zilveren glans, als ware het samengevoegd met de maan. Lan Yao draait zijn linkerhand om, en een etherische energie ontsnapt uit zijn mouw, om zich te transformeren in zilverachtige draden die naar de ogen van Yuanju vliegen.
Yuanju had niet verwacht dat de zwaardtechniek van de jongen ook hemelse magie zou bevatten; zijn gouden ogen verstarren even en zijn lichaam bevries helder. Lan Yao benut de kans en nadert, het zwaardhelder als een regenboog, laagjes van delicate, ongrijpbare zwaardenergie stapelen op elkaar, elk gebaar verwerpelend met de melodie van de volle maan. Lan Yao roept: "Helderdelige maanstraal!"
Hanfrost's zwaardbloemen dansen en in een oogwenk vallen duizenden lichtjes als vuurvliegen op de vlaktes voor de Maankamer. Alhoewel Yuanju sterk is, wordt hij door deze delicate aanval onderdrukt en valt meerdere keren terug in de heiige, sneeuwwitte stof. Lan Yao's hart voelt echter geen trots; hij weet dat dit monster sluw is en dat sterke wezens zich nooit helemaal geven. Bij elke cruciale aanval houdt hij altijd wat terug, om te voorkomen dat de tegenstander hem verder kan lokken.
"Jongen! Je bent sterk... maar ik heb mijn volledige kracht nog niet gebruikt!" Yuanju brult, zijn schubben stijgen als een schaduw die door de nacht swoeft. Hij opent zijn mond en blaast een zwarte nevel uit die het maanlicht verwerpt; deze nevel vormt talloze slangen die zich als nachtmerries om Lan Yao wikkelen.
Tegen de aanval van deze zwarte slangen, blijft Lan Yao kalm, met zijn rechtervoet een beetje verzinkt, en roept zachtjes: "Trap de wolken en doorbreek de maan!" Het punt van zijn zwaard steekt omhoog en laat een zachte maar krachtige zwaardenergie de slangen binnenstappen. Zilveren blauwe vonken exploderen, terwijl de zwarte nevel verdwijnt. Lan Yao vreest geen enkele illusie, elk van zijn aanvallen is kalm en beheerst. Hij mompelt: "Yuanju's techniek is sluw, maar de zwakte ligt in zijn hart."
Op dat moment richt hij zijn ogen vast op het flikkeringen van het rode licht tussen de schubben op Yuanju's borst. Zijn blik wordt zwaar en beseft dat het de kern van het monster is. Hij verkort snel de afstand tussen hem en Yuanju, zijn bewegingen zijn scherp en vastberaden, en hij roept: "Hart van de maan snede!"
De flitsende zilveren blauwe zwaardenergie draait rond de koude maan, als het hemelse licht in het maankasteel dat naar beneden stroomt. De zwaardenergie dringt de borst van Yuanju binnen, raakt het rode licht. Het lichaam van het monster schokt gewelddadig en een kreet van pijn escaleert. Terwijl de demonische kracht verdwijnt, straalt het maanlicht in de duisternis helderder, en de hele maanvlakte wordt onmiddellijk bedekt met zilver.
"Jij..." zegt Yuanju, zijn ademhaling chaotisch, maar ontevreden brullend, "Waarom heb je me niet gedood?"
Lan Yao stopt zijn zwaard en kijkt hem mild aan, zonder een beetje haat, en een beetje spijt in zijn ogen. "Demonen hebben ook een ziel. Jij beschermt dit maanpaleis, ook een eenzame ziel zwervend hier. Als je een betere keuze had, zou je dan kiezen om anderen te verwonden?"
Na het horen van dit, verstijven de woorden van Yuanju. Zijn mond, die net nog brulde, sluit langzaam en zijn schubben kalmeren zich, onthullend een paar ogen vol verwarring en ontroering. Na een kort moment van stilte, knikt Yuanju: "Jij bent de eerste die me zo vraagt. Ik was aanvankelijk slechts wrok van een gevangen ziel, opgesloten binnen dit maankasteel, zonder vrijheid. Je hebt niet alleen me overwonnen maar ook me doen herinneren dat ik ooit ook een geestelijk wezen was."
Lan Yao zegt vriendelijk: "Als dat zo is, ben ik bereid je een handje te helpen."
Hij haalt een zilverblauwe parel uit zijn kleding, omgeven door de zilveren glans van de maan. Hij reciteert een oude spreuk, de parel straalt een warme schittering uit die Yuanju omhult. Het monster krimpt langzaam onder de schitterende maanlicht en verandert in een blauwe rook die de parel binnenkomt.
"Wacht tot je op een dag je thuis hebt gevonden, misschien zullen we elkaar weer zien." Lan Yao gooit voorzichtig de parel omhoog, terwijl de parel zachtjes straalt, veilig in zijn handpalm.
Alles keert terug naar rust. De vlaktes zijn weer stil, het paleis wordt nog serieuzer. De etherische energie zweeft langs de gesculptureerde hoeken van het paleis; Lan Yao staat voor de poort, zijn stappen kalm. Deze keer is hij niet gekomen om simpelweg te vechten, maar om de ware geheimen van het maankasteel te verkennen.
Bij het betreden van het paleis, is de binnenkant betoverend en spectaculair, met elementen en sculpturen die verhalen vertellen van honderden jaren. Op de schilderachtige muur zijn de verhalen geschreven over de conflicten tussen bewakers van verschillende generaties en monsters, elke lijn vol van geschiedenis. Hij draait zich om en kijkt naar de stilte van de maanvlakten buiten, zijn hart gevuld met een onverklaarbare rust. Hij herinnert zich de waarschuwing van zijn leraar: "De weg van de cultivatie is niet alleen het doden van demonen, maar het leren begrijpen en vergeven." En op dit moment begrijpt hij eindelijk de ware betekenis.
Terwijl zijn gedachten duizend verschillende richtingen opgaan, klinkt plotseling een zachte stem: "Lan Yao, je bent eindelijk gekomen."
Deze stem weerkaatst als een echo van elke balk van het paleis, etherisch en vertrouwd. Lan Yao kijkt in de richting van de stem en ziet een vrouw in een wit kleed zitten op de jade trappen diep in het paleis, met haar lange haar dat als een waterval valt, en haar gelaat is als een schilderij. Er ligt een zachte droefheid in haar ogen, mysterieus en nobel. De etherische energie zwiert om haar heen, als een godin in de wereld.
"Meisje, bent u de heerser van dit maankasteel?" vraagt Lan Yao, zich diep buigend in respect, zijn blik oprecht.
De vrouw glimlacht lichtjes, "Dit maanpaleis is al duizenden jaren, met de tijd voortschrijdend; ik ben de bewaker hier, en ook getuige van het verleden en de toekomst. Jouw komst heeft de verzegeling hier gebroken, en Yuanju kan opnieuw geboren worden. Weet je dat jouw keuze het pad van je lot heeft veranderd?"
Lan Yao voelt een golf van emoties in zijn hart, maar stelt vast: "Houdt u zich hier op, hebt u dan nog dingen die u niet hebt kunnen afmaken?"
De vrouw richt haar blik naar de sterrenhemel buiten het paleis, met een verzachtende toon: "Alle wezens uit de wereld hebben een ziel, en elke eenzame wacht is omwille van iemand die begrijpt. Lan Yao, ben je bereid om me te helpen de vergeten schat van het maanpaleis terug te vinden? Dat is de sleutel tot het behoud van deze vredige maanvlakte."
Lan Yao loopt snel naar voren, knielt en belooft: "Ik zal al mijn kracht gebruiken om de schat voor het maanpaleis terug te vinden."
De vrouw reikt een rol van blauwe zijde aan Lan Yao, "Dit is een maanamulett, het kan de energie van de schat aanvoelen en zal je ook beschermen. Ga nu, en vergeet niet—moed, vriendelijkheid en medemenselijkheid zullen je op het pad naar licht leiden."
Lan Yao neemt de blauwe zijde met beide handen aan, en voelt de fragiele draad die de kracht heeft om de volle maan te ondersteunen. Met het amulet in zijn armen draait hij zich om en verlaat de grote hal. Onder de uitgestrekte vlaktes werpt de schaduw van het paleis een diepblauwe rivier op de grond, die de stappen van de jonge man verwelkomt.
De nacht vervaagt, en onder het oostelijke paleis straalt het zilveren licht helderder. Lan Yao sluit zijn ogen zachtjes en mompelt in zijn gedachten: "Ik zal terugkomen, net als de maan, die nooit zal ontbreken."
Onder de koude maan verweven Lan Yao's figuur en het licht van het hemels paleis, en opent zijn fantastische reis tussen de hemel en de aarde. Elke stap is zowel een uitdaging als een bewijs van zijn liefde voor het leven. Zijn vurigheid, medemenselijkheid, en vastberadenheid zullen al het onmogelijke veranderen in de hoop op een nieuw leven.
Wat voor nieuwe avonturen de stille maanvlaktes nog meer zullen brengen, weet hij niet, maar hij is er klaar voor—met zijn eigen kracht en zachtheid deze mysterieuze maanpaleis te beschermen, totdat al het leven weer tot bloei komt en de sterren stralen. Het verhaal, in deze wereld vol met de koude maan en vurig bloed, is nog maar net begonnen.
